ALPACA

Alpaca’s maken net zoals de dicht aan hen verwante lama’s deel uit van de familie van kameelachtigen. De alpaca leeft op de hoogvlakten van Ecuador, Bolivie en Chili en vooral Peru op de hoogvlakten in het Andesgebergte. In tegenstelling tot de lama die oorspronkelijk als werkkracht diende voor de Zuid-Amerikaanse Incabeschaving, wordt de alpaca voornamelijk gehouden voor zijn wol. Vele indianen houden de alpaca’s zelf als huisdier maar men ziet meer en meer speciale fokkerijen.

Sury + Huacaya

Lorem ipsum dolor sit amet, ea legere debitis ceteros mei, prima audire sententiae quo in. Et veri aliquid gubergren sea. At sumo minim mel, ei decore probatus accusata pro. Ne quaeque numquam temporibus vim, aperiam adipisci concludaturque qui in. Dicunt aliquam reprimique mel an. Ne libris equidem philosophia qui, in iriure conclusionemque duo.

Alpaca’s Altiplano

De meeste alpacafokkerijen vindt men opde Altiplano, een hoogvlakte in de Andes op de grens tussen Peru, Bolivia en Chili. De dieren leven hier op een hoogte van 4400-5300 meter waar er een lage luchtvotigheidsgraad heerst. Ze worden er blootgesteld aan een bar klimaat, met een brandende zon overdag en strenge vorst tijdens de nacht. De dieren worden nog steeds op dezelfde manier gehouden in grote kuddes zoals 1.000 jaar geleden. Toch overleven de dieren hier, al zijn er in heel Zuid-Amerika niet veel meer dan 3 miljoen alpaca’s te vinden.

De lokale Zuid-Amerikaanse alpaca-industrie heeft het erg moeilijk. Ze kampt met vele problemen zoals overbegrazing, slecht management en een slechte selectie van fokdieren. Eind jaren ’80 hebben landen zoals Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw Zeeland alpaca’s geïmporteerd. De zachtere klimaatsomstandigheden in combinatie met het betere management, zorgden ervoor dat de dieren hier beter gedijden. Deze landen worden dan ook vaak genoemd als de voortrekkers zijn van de wereldwijde alpaca-industrie.

Altiplano in Brazil

Begin jaren ’90 verschenden de eerste alpacafokkerijen op het Europese vasteland. De Europese alpaca-industrie staat nog in haar kinderschoenen, echter is de markt voor de dieren alsook voor de producten aan een sterke opmars bezig en er zit nog veel groeipotentieel in deze industrie in Europa.

De laatste jaren ziet men een nieuwe trend in Europa. Alpaca’s worden immers meer en meer gehouden als hobbydier. Hun voor velen schattig voorkomen, hun tembaar en hun kindvriendelijke karakter (in tegenstelling tot lama’s spugen ze ook bijna niet) maakt het voor velen tot een ideaal hobbydier. Het feit dat ze erg economisch zijn in onderhoud en hun superieure wol, die zeer geliefd is bij handspinners in de modewereld en bij hobbyisten, versterkt deze trend. Liefhebbers van exotische diersoorten besluiten steeds meer tot de aankoop van een alpaca. Gecastreerde hengsten zijn niet erg duur in aanschaf en zijn de ideale kandidaat voor dierenliefhebbers die een originele grasmaaier zoeken.

Net zoals in de begindagen worden alpaca’s vooral gefokt om de kwaliteitsvolle wol die de beesten voortbrengen. Alpacawol is een luxeproduct in de modeindustrie. De wol is erg licht, warm, hypoallergeen en zacht en de ultrafijne structuur geeft de wol haar sterke isolerende capaciteit. Het is dan ook beter geschikt voor de vervaardiging van hoogkwalitatieve textielproducten dan schapenwol. Onvermijdelijk hangt aan producten van alpacawol dan ook een hoger prijskaartje dan aan deze van schapenwol. In de westerse wereld is er dan ook een exclusieve markt ontstaan voor luxeproducten vervaardigd uit alpacawol. Om deze exclusieve markt in stand te houden is het erg belangrijk dat er gefokt wordt met dieren van goede kwaliteit om zo de superieure eigenschappen van de alpacawol veilig te stellen. Wat dat betreft moeten de Benelux landen weinig onder doen voor landen zoals Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland en Duitsland. Het is duidelijk dat de klanten die in deze duurdere luxemarkt kopen, op zoek zijn naar de beste kwaliteit en dus zal er ook enkel een sterke markt blijven bestaan voor de wol van de beste kwaliteit.

Wat met de wol?

Hoewel de producten van alpacawol een stevig prijskaartje met zich meedragen, zal de alpacahouder nooit rijk worden van het eenvoudigweg afzetten van de wol op de wereldmarkt.

De kunst voor de alpacehouder bestaat erin stapsgewijs waarde te gaan toevoegen aan de ruwe alpacawol (door het verwerkingsproces van begin tot einde te coördineren).Op deze manier kunnen de alpaca’s eeninteressante opbrengst genereren voor de alpacahouder.

Onze Alpaca’s zijn gezond en hebben een zeer dichte en fijne wolstructuur, met veel gelijkmatige crimp en een prachtige glans over het totale dier.

Bij ons is het selectieproces van onze Alpaca’s van primair belang om op die manier de goede eigenschappen van onze dieren uit verschillende bloedlijnen bij elkaar te brengen, maar ook om zo veel mogelijk te voorkomen dat erfelijkheidsfouten worden doorgegeven aan het nageslacht.

Wij selecteren daarom streng en fokken daarom met diverse Peruaanse bloedlijnen, dit om inteelt te vermijden.

Bij het selecteren van de dieren wordt o.a. sterk gelet op: wolkwaliteit, fouten in been en gangwerk, (vooral X poten en koehakkigheid), tepels, rug en staart, juiste maten en verhoudingen, en ook van groot belang: het gebit. Bij een Alpaca met een goed gebit hoeft men nl. nooit iets aan het gebit te doen, zoals het vreselijke afslijpen van de tanden.